Social media

Zoeken

Right to Challenge: de mienskip werkt mee!

‘Cafébaas van Baard is nu ook brugwachter’, kopte het Friesch Dagblad vorige week. Hiermee daagt Cobus Prins, kroegbaas van Café Baard, de provincie uit. “Er zijn altijd twee of drie mensen aanwezig in de kroeg. De taak als brugwachter kan er dus makkelijk bij”, aldus Cobus Prins.

Het initiatief van de cafébaas van Baard maakt het werk efficiënter, effectiever en werkt kostenbesparend. Dit fenomeen wordt Right to Challenge genoemd en is aan komen waaien uit Engeland. Met Right to Challenge probeert de overheid de macht te verschuiven naar kleinschalige lokale gemeenschappen, zodat een wijk of buurt meer betrokken raakt bij de gemeenschap en meer zeggenschap krijgt. Dit levert inspirerende initiatieven op. Provincie Fryslân is de eerste provincie in Nederland die hier aan mee werkt.

Het fenomeen past perfect bij de ontwikkeling van de laatste jaren. Aan de ene kant wordt er bezuinigd op de financiële middelen en aan de andere kant moeten gemeenten en provincies door de decentralisaties meer taken uitvoeren. Burgerinitiatieven zijn daarom van groot belang. Het is niet voor niets dat burgerparticipatie één van de belangrijkste punten op de agenda is geworden en een onderdeel is van het provinciale coalitieakkoord. De overheid gelooft in de eigen kracht van burgers en initiatieven van onderop.

Een natuurlijke versterking van de betrokkenheid

Hoe krijg je die burgerinitiatieven goed van de grond? En hoe zorg je ervoor dat maatschappelijke taken en diensten gedegen worden uitgevoerd? Hier komen we bij het verschil tussen maatschappelijk aanbesteden en Right to Challenge. Bij een maatschappelijk aanbesteding daagt de overheid de gemeenschap uit om maatschappelijke taken of diensten over te nemen. Dit is meer een top-down benadering. Bij Right to Challenge worden de rollen omgedraaid: initiatiefnemers vanuit de gemeenschap dagen de gemeente of provincie juist uit om zelfgekozen maatschappelijke taken of diensten over te nemen. De benadering is hier veel meer bottom-up.

Top-down en bottom-up zijn twee termen die tegenwoordig om je oren worden geslingerd, maar er zit een kern van waarheid in dat bottom-up zorgt voor een succesvol project. Initiatieven die vanuit de gemeenschap zelf komen, hebben namelijk een groot voordeel: ze zijn door bewoners zelf bedacht. Dit maakt ze enthousiast en gepassioneerd over het initiatief. De betrokkenheid bij de eigen leefomgeving en mee willen werken aan het verbeteren van de samenleving worden hierdoor op een natuurlijke manier versterkt. Er zijn geen gekke activiteiten nodig om draagvlak te creëren; het draagvlak is er al. Het enthousiasme en de betrokkenheid van de mienskip maakt dat een initiatief kans van slagen heeft. Een ander groot voordeel is dat de mienskip een stevigere positie in kan nemen en meer gedaan kan krijgen. Het succes kan ervoor zorgen dat de gemeente of provincie andere taken of diensten ook overlaat aan de initiatiefnemers.

Hoe werk je als overheid goed samen met initiatiefnemers?

Natuurlijk is het niet altijd zo rooskleurig en kan het in de praktijk minder soepel lopen dan vooraf bedacht. Ontwikkelingen kunnen bijvoorbeeld dwars op het beleid komen te staan of men houdt zich niet aan bepaalde afspraken. Hoe zorg je er als gemeente voor om echt samen te werken met initiatiefnemers en burgers taken te laten doen die ze goed kunnen? En hoe zorg je er als initiatiefnemer voor dat je het vertrouwen van de gemeente wint? Er zijn een aantal gemeenten die ruimte hebben gecreëerd om tot een Challenge te komen, zodat hier meer mee kan worden gespeeld. Om bij caféhouder Cobus Prins te blijven: hier wordt gebruik gemaakt van een experimenteerperiode. De provincie en de initiatiefnemer kijken drie maanden hoe het met de Challenge gaat. Na deze periode wordt gekeken of het een succes is of niet. Naast een experimenteermodel kan er ook gebruik worden gemaakt van een groeimodel of een traject naar het Britse model. In het Britse model denken initiatiefnemers mee over de criteria waar de uitdagers aan moeten voldoen. Iedereen die aan deze criteria voldoet, kan intekenen en op basis van de selectiecriteria wordt bepaald wie de Challenge krijgt.

Creëer ruimte voor burgerinitiatieven

Deze verschillende modellen bieden gemeenten en provincies de mogelijkheid om te spelen met Right to Challenge. Binnen de gemeentelijke kaders kan er ruimte worden geboden aan initiatiefnemers. Beleidsregels moeten eventueel worden aangepast om deze ruime te creëren. Op deze manier worden initiatieven sneller serieus genomen en niet pas op het moment dat de gedeputeerde persoonlijk wordt aangesproken, zoals bij Cobus Prins het geval was. De overheid moet nog veel leren om de nieuwe werkwijze in te bedden in de organisatie. Door de verschuivende rol van de overheid, moet de organisatie anders functioneren. Initiatieven moeten serieus worden genomen zodat het enthousiasme van de burgers niet verdwijnt. Zowel de gemeente als initiatiefnemers moeten de ruimte krijgen om projecten te bedenken en uit te voeren. Samen met initiatiefnemers en professionele instellingen kan er iets moois in gang worden gezet. Hopelijk leidt dit mooie initiatief van Cobus Prins van Café Baard tot veel inspiratie en volgen er meer projecten binnen Right to Challenge.

Lotte Piekema, onderzoeker Partoer

Ander nieuws